Monday, March 31, 2008

Individualisering en het nut van community’sRein van der Mast



Zijn ‘rapid manufacturing’ (RM) en andere ‘rapid technologies’ (RT) werkelijk snel? Bij RM heeft ‘rapid’ betrekking op de tijd tussen het ontwerp in de computer en het daaraan gerelateerde tastbare voorwerp. We noemen deze transitie ‘materialisatie’. Omdat RM zonder gereedschappen werkt, gaat er geen tijd verloren aan het maken van bijvoorbeeld spuitgietmatrijzen. Daar staat tegenover dat als er veel identieke voorwerpen nodig zijn, RM veel trager is dan spuitgieten, vooral als het om grote voorwerpen gaat. Welke manier van vervaardigen het meest effieciënt is, hangt dus sterk af van de omstandigheden. RM-machines worden echter steeds sneller en materialen worden beter. Hierdoor wordt RM voor steeds meer toepassingen interessant, wat naadloos aansluit op de toenemende individualisering. De consument wil maatwerk en krijgt het uiteindelijk ook. De tijd dat iedere auto zwart was, ligt ver achter ons. Tegenwoordig bestellen consumenten sportschoenen met kleuren en vormen die exact overeenstemmen met hun voorkeuren en voeten. RM is dus interessant om ‘custom fit’ producten voort te brengen. Ik ben ervan overtuigd dat hier een enorme markt ligt te wachten.

Maar de producent van consumentenproducten voor wie ‘rapid’ nog te ver weg ligt, kan ook op een andere manier meedoen aan de individualisering. Individuen zijn namelijk niet graag alleen. Ze maken daarom vaak deel uit van een groep, een ‘community’. Community’s bieden interessante mogelijkheden, zoals bij kleding. Leden van een community brengen daarbij hun ideeën in. Daarover stemt de community op een gemeenschappelijke website. Als de belangstelling groot genoeg is, neemt de producent het idee in productie. De voordelen zijn groot: de producent hoeft zelf minder te doen en is verzekerd van een bepaalde afname. De consument krijgt het resultaat van een proces waaraan hij zelf heeft bijgedragen. Ik wil maar zeggen: sta eens stil bij technologie en de businessmodellen die daarbij denkbaar zijn.


Monday, March 31, 2008 8:59:34 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)      Comments [0]  

 Wednesday, March 26, 2008

BeterLiam van Koert



Natuurlijk was vroeger alles beter. Toen werd er nog wat geleerd op school. Naast gewaardeerde eigenschappen als discipline, werd de jeugd gedegen vakkennis bijgebracht.  Dit in tegenstelling tot de huidige generatie, die een beetje ongeïnteresseerd uit zijn neus etend de kantjes er vanaf slentert. Niet loopt, want sporten doen ze ook niet meer.

Al enkele jaren worden we overspoeld met zwarte berichtgeving omtrent het onderwijs. Het onderwijshuis heeft heimelijk gefaald en het protest dat de jonge studenten onlangs lieten horen tegen de nieuwe urennorm, maakte het beeld niet positiever. Toch kan ik u verzekeren dat er licht gloort aan de horizon van de Nederlandse machinebouw. Ik heb het met eigen ogen mogen aanschouwen. Licht dat brandend gehouden wordt door laaiend enthousiasme en gedrevenheid. Docenten, vrijwilligers, bedrijven en, jawel, studenten.

De eerste docent ‘nieuwe stijl’ die ik tegenkwam, was Jack. Ik liep hem toevallig tegen het lijf tijdens een persreis. Hij bleek een gedreven man met een grote mond en een klein hartje. Hij kwam uit Helmond en sloopte daar heilige huisjes. Met de overgebleven stenen bouwde hij een plek waar kinderen graag naar toe gaan om aan hun projecten te werken. Via Jack kwam ik in aanraking met het Platform Metaal & Metalektro, dat mij vroeg in een jury zitting te nemen. De hamvraag voor de Style Awards: welke school heeft de beste structurele samenwerking met het bedrijfsleven? Het bleek soms appels met peren vergelijken. In het ene project krijgen scholieren les in reparatiewerkzaamheden aan rollators en gaan zij vervolgens de bejaardentehuizen af om daar de rollende loophekken APK te keuren. In een ander project neemt een school al meer dan 15 jaar het voortouw in vergaande samenwerkingsverbanden tussen diverse scholen – van basis tot ROC – en meer dan 100 bedrijven. Mijn mond moet soms open hebben gestaan van verbazing. En niet alleen om de goede initiatieven die er over de tafel rolde en het enthousiasme waarmee deze werden gebracht. Ook omdat ik mij menigmaal heb afgevraagd: waarom weet ik hier niks van? Waarom hebben deze verhalen niet in de kranten gestaan en zijn ze niet op tv geweest? Natuurlijk is er best het een en ander scheef gelopen in het onderwijs, maar enige nuancering met één van deze succesverhalen was zeker op zijn plaats geweest.

En wie heeft er uiteindelijk een Style Award gewonnen? U. Want door deze docenten kunt u ook morgen weer rekenen op gedegen vakmensen. En de jeugd. Want die mag later zeggen: ‘Vroeger was alles beter’.


Wednesday, March 26, 2008 9:39:25 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)      Comments [0]  

 Monday, March 10, 2008

InnovatieBertus Zuijdgeest



 

Soms zijn NOS Journaals bijzonder grappig. Het was natuurlijk een leuke woordspeling, over de droom van Martin Luther King met een duttende Clinton (de mannelijke variant) op de achtergrond. Maar nog veel leuker, want dichter bij huis was het toch serieus bedoelde item over innovatie begin februari. Harry (alias JP) was erbij, want het ging over innovatie, namelijk landwinning. Ik ben pardoes van de bank gerold. Ik weet het niet, maar Plasterk probeert het toch serieus, met zijn historische canon en het nieuwe museum in Arnhem. Maar een aantal mensen is even vergeten dat het wellicht helemaal niet zo innovatief is om land uit zee te winnen. Dat gebeurt tenslotte al een paar honderd jaar. Letterlijk voor de eigen huisdeur. Een prima exportproduct. Van Bangladesh en China tot New Orleans. Je vraagt je toch echt af wat sommige mensen in dit land bezielt. De professorale mevrouw die het met strak smoelwerk uitlegde, had het over energiewinning, ecologie en andere belangrijke dingen. Doe me een lol, de ideeën om met golfgeneratoren energie op te wekken zijn ouder dan dit blad. Of zou het een grap zijn? Het was tenslotte de maandag van carnaval? Maar toch nog lang geen 1 april.

We weten van gekkigheid niet meer wat we moeten doen. Maar het zou tenminste geen tulp worden, die voor de kust opgespoten wordt. Volgens voornoemde mevrouw zou de industrie het nu moeten oppakken en zij zou erbij staan kijken. Zou ‘de industrie’ dat nou echt gaan doen? ‘De industrie’ is gewoon volgens goed Hollandsch gebruik bezig met geld verdienen. Bijvoorbeeld in de Perzische golf voor de kust van Dubai. Waar ze wereldbollen en palmen opspuiten voor de rijken der aarde. Heb je het over innovatief, dan moet je die landen eens nader beschouwen. Zij zouden op hun olielauweren kunnen rusten. Maar toch zijn de meeste Arabische landen allang bezig met de post-olietijd. Terwijl onze grote roergangers net tot aan de volgende tankbeurt kunnen denken. En wat ze denken is niet innovatief. Wij doen liefst meer van hetzelfde. Nog meer haven, nog meer transport zonder meerwaarde door Nederland. Misschien rendeert de Betuwelijn dan eindelijk. Maar nee, die rijdt dan niet meer, omdat het koper is gejat.

De softwarewereld is een stukje creatiever. De gamingwereld is al druk bezig prijsmodellen in praktijk te brengen waar we allemaal aan moeten gaan wennen. Ook al zal dat zeer doen. De zogenaamde micro-buy. Software wordt niet meer aangeschaft, maar gratis ter beschikking gesteld, en extraatjes moet je dan betalen. Bijvoorbeeld een extra lang leven, nog meer spier- of sprongkracht. Of gewoon geblondeerde manen. Hiermee getooid gaat de held de terroristen bevechten. Uit koopgedrag blijkt dat de gratis software goed wordt afgenomen en dat de klanten daadwerkelijk geld uitgeven voor extra’s in het spel. Het onderzoek zal niet in Nederland zijn gedaan. Het leuke is, dat het geld niet aan functionele zaken wordt uitgegeven zoals extra wapens, vrachtwagens en andere zinvolle zaken voor de strijd. Nee, men is ijdel. Een nieuw kapsel, een fraaie broek, dat is waaraan de fervente speler zijn geld uitgeeft. En dat is allemaal niet weinig. Het gaat per transactie om kleine bedragen, maar het zijn veel transacties. In Duitsland zeggen ze dan: ‘Kleinvieh macht auch Mist.’ (Netjes uitgedrukt: kleinvee heeft ook ontlasting, en er is veel kleinvee.)

Gaan wij er wat van merken? Ik denk het wel. Een pay per use komt er echt wel aan. Softwaremakers zullen toenemend onderhoud verplicht gaan stellen. Ze zullen dat wat subtieler doen dan Microsoft een paar jaar terug probeerde. De percentages zullen steeds verder stijgen. Bij financiële software is dat al het geval. Daar betaalt de gebruiker elke drie tot vier jaar een compleet nieuwe licentie. Is dat erg? Nee, het zijn normale bedrijfskosten. Wat nu een aanschaf is die over drie tot vijf jaar wordt afgeschreven, wordt dan een jaarlijkse factuur. Het mogelijke en hopelijke voordeel is, dat bedrijven dan bijblijven met de software en niet stil blijven staan. Loont dat? Zit er nog ontwikkeling in CAD? Jazeker, onder meer uit diezelfde gamingindustrie. Terwijl iedereen in CAD-land nu enorm moeilijk zit te doen om z’n grote samenstellingen hanteerbaar te houden, zal gamingtechnologie het leven veel aangenamer maken en digitale prototypes werkelijkheid laten worden. Dan is het wel nodig dat het personeel ook innoveert. Dat betekent opleidingen. En dat stuit wel eens op bezwaren. Dan leef je wel in 2008 maar ben je niet meer bij de tijd. Net als onze richtinggevende polderaars.


Monday, March 10, 2008 11:33:24 AM (GMT Standard Time, UTC+00:00)      Comments [0]  

 Wednesday, February 27, 2008

Thuis bouwenLiam van Koert



Onlangs was het thuiswerken weer in het nieuws. Ditmaal was het de FNV die een pleidooi hield om thuiswerken gemakkelijker te maken. Het zou het aantal files met 10 procent terugdringen. In totaal zou het hierbij gaan om 80 miljoen kilometer minder file per week, wat zo’n 200 miljoen euro per jaar in het laatje zou moeten brengen. Ik heb het even nagerekend. 200 miljoen is aan de zeer voorzichtige kant. De veronderstelling is dan dat al onze auto’s zuinig zijn en dat de brandstofprijzen hun grootste stijging wel gehad hebben. Daar komt nog bij dat een drukke week op het asfalt de Nederlandse economie nog eens zo’n 100 miljoen euro kost. In totaal gaat het om zo’n 2,2 miljard Euro per jaar. Want terwijl de forens lekker in zijn eigen tijd in de file mag staan, worden de uren van de vrachtwagenchauffeur ook nog eens in de consumentenprijzen doorberekend.

De motivatie schijnt er wel te zijn. Vakbonden en overheid vinden dat het gemakkelijker moet worden. Ook de meeste werknemers zouden volgens mij wel willen. En de meeste werkgevers zeggen er niet perse negatief tegenover te staan als het niet ten koste gaat van de kwaliteit van het geleverde werk.

Waarom gebeurt er dan niets? Is de techniek nog niet zover dat de vereiste communicatie vanaf de thuiswerkplek goed verloopt? Volgens mij wel. Ik heb videoconferenties gezien van een kwaliteit die ik niet voor mogelijk achtte. Een beetje duur, maar het is er wel. Geofysicus en vinder van de Titanic Bob Ballard verklaarde onlangs dat hij alleen nog maar thuis werkt. Met zijn supersnelle Internet2-aansluiting kan hij zijn remotely operated vehicles realtime de zeebodem zien afgrazen en ze besturen. Internet2 is een project van de University Corporation for Advanced Internet Development, een consortium van circa honderd Amerikaanse universiteiten, non-profitorganisaties en overheidsinstellingen. De capaciteit van Internet2 is 100Gbps. Ook de PDM/PLM-gids in deze Machinebouw bewijst dat er heel wat software te krijgen is die samenwerking op afstand eenvoudiger maakt, tijdverschil of niet.

Natuurlijk is het wel wat lastig om op afstand een machine fysiek in elkaar te zetten en in te regelen. En ook is het belangrijk om wekelijks de mensen uit de fabriek de hand te schudden, de ijzerdampen op te snuiven en een smeervlek in je broek te krijgen. Maar er kan veel meer dan er nu gebeurt. Trends als internet2 en webgebaseerde applicaties zullen de kansen alleen nog maar vergroten. Thuiswerken. Is het ook voor de machinebouw weggelegd?


Wednesday, February 27, 2008 5:05:24 PM (GMT Standard Time, UTC+00:00)      Comments [0]  

 Monday, February 11, 2008

PLMBertus Zuijdgeest



In deze uitgave is het overzicht van PDM/PLM-applicaties en -leveranciers weer opgenomen. Daarin valt mij op dat er in Nederland (en België) applicaties te koop zijn waarvan ik nog nooit had gehoord. Ik ben geen referentie, maar toch vast niet de enige die verrast is. Interessant dat zij in alle onbekendheid de weg naar het overzicht vinden. Waarmee ze dat doen is soms een verhaal, maar daarover later meer. In elk geval zijn deze bedrijven in staat de kans te grijpen om gratis publiciteit te krijgen. In de wetenschap dat de redactie zich het vuur uit de sloffen heeft gelopen dit overzicht op te stellen, kan het mij mateloos verbazen dat er bedrijven zijn die niet alert reageren en deze reclame voorbij laten gaan. Alleen hun concurrenten staan vermeld. Scheelt het klandizie? Je zult het nooit exact weten, maar