Tuesday, 14 October 2008

KansenBertus Zuijdgeest



Na een sluimerend gerommel van onheil van ver weg over de vijver, is het onweer nu over Noordwest-Europa losgebarsten. Een déjà vu van een dikke 20 jaar geleden is niet te onderdrukken. Maar dit gaat verder. De wereldwijde nationalisatie van banken is ongekend en het dreigend faillissement van IJsland doet ook al geen vreugde opkomen. Een duur geintje al met al. Alleen degene die nu aan een hypotheekvernieuwing op een goeddeels afbetaald huis toe is, vindt het allemaal best. De rente daalt en de koersen van obligaties schieten omhoog. De gouden regel op de beurs is sociaal gedrag. Je moet lief zijn voor de mensen en verkopen als iedereen de aandelen graag wil hebben en de vraag de koersen in de hoogte doet snellen. Je moet medelijdend zijn en de aandelen kopen als iedereen er vanaf wil en de koersen dus laag zijn. Maar wat is laag? En wat is hoog? Omdat we dat nooit zullen weten, blijven deze beurscrashes voor de gemiddelde medemens een kostbaar geintje. Gaan we daar in het werkelijke leven wat van merken? Het is interessant om vast te stellen dat terwijl de hele (financiële) wereld de afgelopen decennia keihard geworden is, de emotie de beurzen beheerst. Dan wordt wel eens van paniekverkopen van particulieren gesproken, maar die nemen slechts een minderheid van de transacties voor hun rekening. Dus de ‘keiharde’ handelaren zijn helemaal niet zo geslepen als ze wel zouden willen.

Gaan wij in onze wereld er nog wat van merken? Het antwoord is helaas ja. Maar er zijn ook positieve kanten aan de ontwikkelingen. De vraag op in de arbeidsmarkt wordt steeds minder door wisselingen in vast personeel opgevangen. Buffers van 20 procent inhuurkrachten zijn geen uitzondering. Die zullen in magere tijden het eerst afvloeien. Risico van het vak. Helaas. En dat is terug te zien in de koersen van uitzendorganisaties. Die gaan versterkt met hausses en baisses omhoog en naar beneden. Het zal duidelijk zijn dat de hausse van voor de zomer is omgeslagen in een baisse. Dat is nog niet te merken in de bedrijven, maar dat komt vanzelf. En dat biedt kansen. Een terugkeer naar gedempte normaliteit heeft het voordeel dat weer wat tijd beschikbaar komt voor de ontwikkeling van het personeel. En er kan eens gekeken worden naar de manier waarop wordt gewerkt. Wat meer structuur, een beetje meer beheer, wat meer afstemming her en der. Het zijn de kleine dingen die het doen.

Als ze maar met visie gebeuren, dan kan er alleen maar goeds van komen. Zet de verschillende disciplines als verkoop, engineering, inkoop en logistiek eens bij elkaar. Probeer die cultuurverschillen in een gezellige survivaltocht eens uit de wereld te helpen. Denk eens na over targets en beloningen en bewandel eens andere paden dan omzet of de bezettinggraad. Het is allemaal niet zo moeilijk, maar het vraagt wel inlevingsvermogen. En wie zou dat als regisseur en boven de partijen staand het best kunnen doen? Juist, de hoogste baas. Maar waar kan die het best mee overweg? Juist, de verkoper. En wie veroorzaakt de meeste schade als het gaat om het rendement van een opdracht? Juist, de verkoper. Er is eigenlijk een buitenstaander nodig die alle nukken van alle disciplines kent om uit dit wespennest te geraken. En daarvoor ligt nu hopelijk wat tijd in het verschiet. Want overmatige drukte en branden blussen in drukke tijden, betekent gewoon dat de zaak in de rustige tijden niet op orde is gebracht. En dat is vaak wel nodig. Want wat hoog is, komt een keer omlaag en wat laag is, gaat vanzelf weer een keer omhoog. Tenminste, dat hoop ik maar anders kan ik nooit met pensioen en dat wil ik niemand aandoen.


Tuesday, 14 October 2008 22:16:42 (GMT Standard Time, UTC+00:00)      Comments [0]  

 Tuesday, 09 September 2008

HoutBertus Zuijdgeest



Op de dag dat deze column is geschreven werd bekend dat het PTC-management besloten heeft enkele banken opdracht te geven op zoek te gaan naar kopers voor het bedrijf. Met andere woorden: men zet zichzelf in de etalage. Uitgangspunt voor de onderhandelingen: 2 miljard dollar. Ik heb het niet, ik zal het nooit hebben, en als ik het had zou ik PTC niet kopen. Waarom niet? Omdat ik er andere leuke dingen mee zou doen. Daarbij komt dat PTC’s management kennelijk zo weinig vertrouwen in de eigen positie heeft dat het enorme afkoopsommen bedongen heeft voor het geval het bedrijf wordt verkocht. En dat ze het nu zelf in de etalage zetten, is reden genoeg om de vingers niet te branden. Alleen al de hoogste baas van PTC verlangt ruim de helft van de winst over de eerste zes maanden van het lopende boekjaar. Eerst was al 14,8 miljoen dollar toegezegd en daar is eind juni nog eens 7 ton aan toegevoegd (bericht Boston Business Journal, 27 juni 2008). Dat zal de arme man echt nodig hebben. Nu is die winst niet om over naar huis te schrijven, zoals die in hetzelfde bericht werd vermeld. Verificatie van de jaarrekeningen laat het ook zien: 28 miljoen dollar op bijna een half miljard omzet over de eerste helft van het boekjaar (eindigde op 31 maart). Hoewel ik die 28 miljoen dollar graag op mijn bankrekening had staan, is het geen goed resultaat. Het had ten minste het dubbele moeten zijn. Met een dergelijk rendement kan niemand tevreden zijn. Maar het is tenminste in zwart geschreven. Een paar jaar terug was dat nog anders. 2007 was een schijnbaar goed jaar met circa 144 miljoen winst. Opgemerkt moet worden dat een derde hiervan een belastingteruggave is (bijna 44 miljoen dollar). Het echte resultaat was even hoog als in 2003. Alleen werd dat rood geschreven. Ter informatie: alle heren samen verlangen ruwweg 20 miljoen dollar. Het esthetisch meest verantwoorde bedrag heeft Jim Heppelman achter zijn naam staan: 1.277.628 dollar. Je vraagt je toch werkelijk af waar hij het vandaan haalt. Er wordt nu hard gespeculeerd wie de kopers zullen zijn. Voor klanten is het natuurlijk interessant te weten wat die kopers gaan doen met alle elf acquisities die PTC sinds 2004 heeft gedaan, waaronder eind vorig jaar nog CoCreate. We zullen het zien. Ik verwacht niet dat het hard gaat. De heren op de hoogste verdiepingen hoeven voorlopig dus nog niet op een houtje te bijten.

Overigens kan de opkomst van het mainframe een reden voor deze PTC-actie zijn. Werkstation- en pc-adepten zullen moeite hebben hieraan mee te werken. De pc zoals we die nu kennen, is op zijn retour. We hebben geen dure complexe apparaten meer nodig die veel onderhoud vragen en beschermd moeten worden tegen hun molesterende gebruikers. Software hoeft niet meer decentraal te worden geïnstalleerd en gebruikers kunnen feitelijk volstaan met een scherm, een toetsenbord met muis en een netwerkaansluiting. Precies zoals het in de mainframetijd was. Je kunt veel van dataveelvraat Google zeggen, maar je kunt bij hen keurig algemeen bureauwerk uitvoeren. De eigen pc hoeft daarvoor bijna niets te kunnen. En algemeen bureauwerk doet tenslotte 90 procent van de werkende bevolking. We gaan niet terug naar de toekomst, maar vooruit naar de geschiedenis. Hadden IBM & co. Indertijd goed opgelet en tijdig wat aan de uiterlijke en financiële attractiviteit gedaan, dan was het misschien nooit zover gekomen. En had iedereen zich niet jarenlang met Windows of Mac OS lopen kwellen. In de servicegeoriënteerde wereld zal het niet zo heel lang meer duren of bedrijven kunnen softwarecapaciteit gewoon over het net huren. Alles wat als reden wordt aangevoerd dat niet te doen, is uiteindelijk eigenbelang. Het vereist een mentale verandering en daar stokt het. Vergeet nooit: het nieuwste schroot veroudert snel. Geduldig is alleen papier. En in de IT-wereld stijgt bij elke vooruitgang het verbruik. Dat houtje van de PTC-managers moesten ze maar vergeten. Er kan beter papier van worden gemaakt.


Tuesday, 09 September 2008 22:15:26 (GMT Standard Time, UTC+00:00)      Comments [0]  

 Friday, 01 August 2008

Column 2.0Bertus Zuijdgeest



Iets de juiste naam meegeven is zeer belangrijk voor het succes van een product of dienst in de markt. Een autotype dezelfde naam geven als een pakje braadboter is geen goed idee. De misser is al heel oud en nu er minder braadboter reclame wordt gemaakt (‘je moet er wel even bij blijven’), is de pijn wat minder. De auto is echter nog steeds een zeldzaamheid op de Nederlandse wegen. De pijn zit wel diep. Meeliften met een trend in naamgeving is veelal een veilige gok. We hebben allemaal gezien dat in de softwarewereld jaartallen in plaats van versienummers werden ingevoerd. Deels komt men daar weer van terug, wanneer geen regelmaat gehouden kan worden terwijl dat wel belangrijk is voor de klanttevredenheid (‘waarvoor betalen we dat onderhoud terwijl we geen nieuwe versie krijgen?’). Het ziet er vreemd uit wanneer in 2008 de 2007-release uitkomt. Net ernaast is ook gemist. En het is net als Hilton en Spears zo vreselijk 2007. Nee, dan zijn versienummers voor velen toch beter en vooral veiliger. Ook als het helemaal geen product is maar een schimmig en moeilijk te definiëren fenomeen.

We kennen allemaal Web 2.0, het interactieve web, waar gebruikers actief zijn in plaats van passief webpaginaatjes aankijken. De verwachtingen zijn hoog. Er is met grote inzet een strijd gaande om de hoogste deelnamecijfers. Het gaat allemaal om de reclame. En natuurlijk om de data zelf. Want hoe die uiteindelijk worden gebruikt, schijnt vrijwel niemand zorgen te baren. Het aantal actieve gebruikers is slechts een fractie van het totaal aantal geregistreerde. Maar dat is kennelijk ook niet van belang. De oorspronkelijke bedenkers zitten ondertussen heerlijk met een groot glas met kleurige inhoud aan de ene of andere poolbar. Zij hebben het goed gedaan. Bij mij zijn er helaas dagen dat ik niet zulke goede ideeën heb.

De PLM-software-industrie is inmiddels op de lopende trein gesprongen en noemt alles nu PLM 2.0. Alles is nu webgebaseerd en ‘collaborative’. Alsof het dat nog niet was. Is het overigens opgevallen dat niemand collaborative naar het Nederlands vertaalt? Samenwerken is een vaak geziene vertaling, maar beter is natuurlijk collaboreren. Alleen heeft dat nog steeds zo’n vieze bijsmaak. Wie collaboreert er nu graag? Het is het probleem van het pakje boter. Zo lang iets maar in een andere taal wordt uitgedrukt, dan is het allemaal opeens wél goed. Er bekruipt mij dan zo’n onbestemd menukaartgevoel. Een gerecht met een Nederlandse naam zouden we niet kiezen, maar zodra het er op z’n Frans of Italiaans staat, ziet het er opeens veel smakelijker uit. Net zoals iemand die een Nederlandse smartlap verafschuwt wel graag naar een Engelse, Franse of Portugese tearjerker luistert.

De mens houdt zichzelf graag voor de gek. Daar zijn nu ook de dure jongens uit de corporate consultancy achtergekomen. Zo hebben zij onlangs in een groot en gerespecteerd dagblad ‘Enterprise 2.0’ uitgeroepen. Een hele halve pagina werd aan het gezwets gewijd, het leek wel een advertorial. Snelle pakken die rond drie tot vier mille per dag toucheren zijn er nu achter gekomen dat bedrijven die veel uitbesteden dat beter kunnen doen door nauwe samenwerking. Natuurlijk webgebaseerd. Collaboreren is toegestaan.

Onwillekeurig moest ik bij het lezen denken aan de boodschap die al zo’n tien jaar in de CAD/PDM-wereld wordt verbreid maar die slechts mondjesmaat in de juiste kringen ingang vindt. Misschien dat de snelle pakken wel in staat zijn de juiste krachten binnen ondernemingen te mobiliseren, zodat nu echt eens werk gemaakt kan worden van de wat in ‘onze’ markt al lang met standaardtechnologie mogelijk is. Dat gezegd hebbende, wens ik iedereen een goed begin van de tweede helft van het jachtseizoen versie 2008. Nu eerst op vakantie naar la Mer de l’Est.

 

Alles is nu webgebaseerd en ‘collaborative’


Friday, 01 August 2008 11:14:18 (GMT Standard Time, UTC+00:00)      Comments [0]  

 Monday, 30 June 2008

UitbestedenBertus Zuijdgeest



Ik heb hier al eens eerder over berichten op Teletekst geschreven. Vandaag, 3 juni, is er weer zo’n nieuwspareltje verschenen: ‘Uitbesteding werk vaak geen succes’. Het gaat daarbij met name om uitbesteding van werk naar lage-lonenlanden. We vermoedden met z’n allen natuurlijk allang dat het niet alles goud is dat blinkt, maar nu is het officieel. De Erasmus Universiteit heeft het bij 10.000 ondernemingen onderzocht. En nu blijkt dat 85 procent (!) van de ondernemingen de doelstellingen niet haalt. De redenen die Erasmus aangeeft, zijn dat er te weinig ervaring is met internationale samenwerking en dat er grote verschillen bestaan in cultuur en organisatie. Een interessante toevoeging is, dat het uitbestede werk niet alleen laaggeschoold werk betreft. En het schijnt dat ondertussen één op de drie ondernemingen werk probeert uit te besteden naar lage-lonenlanden. Ik durf niet eens het aantal bedrijven te schatten dat uitbesteedt en daarmee problemen heeft. Het moet een ontstellend hoog aantal zijn.

Dat onderzoek zal vast veel geld hebben gekost. En dat gun ik de Rotterdamse vrinden. Ze moeten tenslotte al die mooie gebouwen betalen die ze in de afgelopen tien jaar hebben neergezet. Op de Erasmus kunnen ze wel een beetje rekenen. Als je dan één op de drie bedrijven in Nederland neemt, dan kom je op tienduizenden bedrijven uit. Als daarvan 85 procent ontevreden is, dan gaat het om echt heel veel geld. Helaas was daarvoor kennelijk geen ruimte meer voor op Teletekst. Want ontevredenheid leidt tot correcties. En correcties leiden meestal tot kwaliteitsverlies en kosten altijd tijd en geld. Als je die correctiekosten eens samen zou tellen, dan kun je daarvan aardig wat loonverschil betalen. En dat leidt bij mij direct tot de vraag: waarom? Waarom willen toch al die bedrijven naar het verre buitenland. Gaat het om de laatste paar centen marge? Is men werkelijk zo geil op geld? Of is het een probleem van gebrek aan gekwalificeerde arbeidskrachten? Ik weet het niet maar vind het wel heel boeiend. Net zo boeiend als de doelstellingen die volgens het rapport niet worden gehaald. Welke doelstellingen waren dat? Was het nog niet goedkoop genoeg? Het zal vast in het Erasmus-rapport staan, maar ik heb het niet kunnen achterhalen.

Wat niet achterhaald hoeft te worden, is een beeld dat ontstaat door dit soort rapporten. Ondernemers in Nederland zijn lemmingen. De kringen waarin men verkeert, zorgen voor een soort kuddegedrag. Men moet bij de golflunches en Lions- en Rotary-diners natuurlijk wel kunnen meepraten over bomen die tot in de hemel reiken, het groene gras aan de andere kant van het hek en de als kool groeiende marges. Kortom, het kan niet op. Natuurlijk niet, want hoe moet je nu aan de ‘peer group’ uitleggen dat je gefaald hebt. Dat de herstelkosten je boven het hoofd groeien, levertijden niet te halen zijn, en kosten van garanties en claims het bedrijf langzaam maar zeker in het faillissement drijven. Is dit beeld zwart genoeg?

En daarbij kan het zo gemakkelijk zijn. De truc zit hem in tijdig opleiden. De slim geleide bedrijven investeren anticyclisch. Als het minder is, dan is er tenminste capaciteit beschikbaar om vernieuwingsprojecten uit te voeren, om mensen op te leiden, om je voor te bereiden op de volgende hausse. En die komt. En wanneer die komt, sta je als bedrijf klaar. Je hebt de mensen, de middelen, dus: produceren maar, waar anderen op dat moment nog moeten gaan zoeken naar nieuw personeel, klagen over gebrek aan kwaliteit omdat ze niet hebben opgeleid en over de loonkosten omdat alleen die mensen nog komen die graag jobhoppen voor de centen. Het is een zichzelf versterkend probleem. En zonder twijfel zelf veroorzaakt. Wie thuis de zaken goed voor elkaar heeft, hoeft niet uit nood naar het buitenland maar kan uit strategische overwegingen gaan. Om nieuwe markten aan te boren met locale aanwezigheid, om gericht te kunnen differentiëren naar welk product op welke locatie voor welke markt wordt geproduceerd. Dat is heel iets anders dan door je omgeving geleefd te worden. Ik vermoed dat het Erasmus-onderzoek een aardig beeld geeft van de effecten.


Monday, 30 June 2008 12:51:10 (GMT Standard Time, UTC+00:00)      Comments [0]  

 Tuesday, 24 June 2008

Direct, directer, directstBertus Zuijdgeest



De hele wereld kent Rembrandt. Zozeer zelfs dat zijn voornaam volstaat. Men kent zijn kop van de zelfportretten, de Nachtwacht en het feit dat hij arm stierf en pas na zijn dood beroemd werd. Nu wil ik de volgende vergelijking direct beperken tot het laatste. Alle eerst genoemde zaken zijn nooit overtroffen. Het moet voor Bill Gascoigne een hard gelag zijn dat de hele wereld na de overname en het opvolgende verscheiden van CoCreate het ‘direct modeling’-concept dat zij in 1993 op de markt hebben gebracht, groots oppakt. In al die jaren zijn ze nooit verder gekomen dan een nichespeler voor die bedrijven die niet de massa achterna wilden. En zoals algemeen bekend, zijn dat er nooit veel geweest. Want tel maar na wie er ondertussen direct kan modelleren: SolidWorks doet het, NX doet het, Catia doet het (op z’n eigen manier) en binnenkort zal ook Pro/Engineer het doen. Is het een hype, of zit er meer achter?
Op 22 april jongstleden zou Siemens PLM Software op de Hannover Messe een grootse aankondiging gaan doen. Tegelijkertijd zou er een webcast zijn die om 16.00 uur West-Europese tijd beschikbaar zou komen. De verwachtingen waren dat er, gezien de locatie, grote aankondigingen zouden volgen over de manier waarop de Siemens-fabrieksbesturing samenwerkt met de ‘digital manufacturing’- software van de PLM Software-groep. Dat was tenslotte waar het Siemens bij de overname voor een belangrijk deel om te doen was. Wat er van de persconferentie op locatie van terecht is gekomen, weet ik niet. Uit de tweede hand heb ik gehoord dat om 16.00 uur alleen een video ter downloading beschikbaar is gekomen. En het onderwerp van de groots aangekondigde persconferentie: direct modeling. Zonder afbreuk te willen doen aan de kwaliteiten van de organisatie zelf of het product – men is niet zonder reden wie men is – vind ik dit toch een beetje een zeperd. Een gemiste kans. Stel, onze heersende hoofdredacteur Liam van Koert naar Hannover zou zijn gereisd. Het is niet het einde van de wereld, er rijdt zelfs een directe trein vanaf Schiphol, maar het kost toch een bult tijd en centen. En dat voor direct modeling wat al vijftien jaar gemeengoed is? Hij zou niet blij zijn geweest.
Toch geeft de grootsheid van de aankondiging wel aan hoe belangrijk men dynamic/direct/explicit modeling ziet. En dat terwijl de bedrijfsnaam van de bedenker CoCreate per 1 mei van het toneel is verdwenen. Het is een beetje als Rembrandt. De erkenning volgt pas na de dood. CoCreate is dood. Lang leve CoCreate. PTC is gelukkig wel zo verstandig geweest de naam niet helemaal weg te doen. Alle productnamen beginnen er nu mee. Het overkoepelende OneSpace is van het toneel verdwenen. Wat op zich niemand zal berouwen. Het dominante gebruik van de naam OneSpace deed te veel herinneren aan het fiasco van het waanzinnig kostbare ‘collaboration’-tool waarop niemand zat te wachten toen het werd geïntroduceerd. Inmiddels heeft iedereen iets dergelijks en is er veel succesvoller mee. Het is geen ‘rocket-science’ meer en het vertrouwen in internetbeveiliging is ook bij de grootste onbenul wat toegenomen. Ook hier een soort erkenning na de dood. Voor de liefhebber blijft bij al dit directe modelleergeweld de vraag wat de aanpak van de traditionele historiegebaseerde pakketten gaat zijn van het gebruik van het historievrije modelleren. Bij navraag weet men het soms niet en wordt het heil gezocht in het beperken van de toepassing: met name om geïmporteerde geometrie te bewerken. Soms wordt het gezien als initiële brainstorm-tool om snel varianten te genereren terwijl voor de ‘echte’ engineering en afleiding van varianten het ‘history based’ pakket nodig is. Het zijn allemaal bijzondere zienswijzen die slechts één vraag doen opkomen: kan het worden uitgezet zodat het niet ongeoorloofd wordt gebruikt? Je hoeft namelijk niet gestudeerd te hebben om in te zien dat wanneer een constructeur onder tijdsdruk aanpassingen moet aanbrengen, deze geneigd zal zijn wat bochten af te snijden en zich niet wil verdiepen in de opbouw van het model. En daar heb je de puinhoop al. Er ontstaat een mengeling van historiegebaseerde en historievrije bewerkingen in hetzelfde model. Hoe is dat onder controle krijgen? Hier is nog geen antwoord op. Toch maar overstappen op volledig historievrij? Want zoveel wordt bij de meeste bedrijven tenslotte niet met die historie gedaan. Hoe meer bedrijven alsnog overstappen, hoe groter de kans dat er ook over een paar jaar nog direct gemodelleerd kan worden.


Tuesday, 24 June 2008 08:07:20 (GMT Standard Time, UTC+00:00)      Comments [0]  

 Tuesday, 15 April 2008

Leuk monstrumBertus Zuijdgeest



Teletekst vierde een tijdje terug een feestje. Het was jarig. Het ging om veel jaren. Zeker gezien de toch enigszins archaïsche verschijningsvorm houdt het medium het verdraaid lang vol, tegenover alle flashy internetoptredens met live streams en ik-weet-niet-wat. Toch geef ik ’s morgens naast de krant de voorkeur aan teletekst boven internet nieuwssites. Waarom? Omdat het gewoon leuk is. Het is direct nieuws. Geen analyses of achtergronden. Je mag zelf denken wat je er van vindt. Eigenlijk een bijdetijds monstrum. Want het ziet er toch echt niet uit. Maar leuk is het wel. Zo staat er vandaag (medio maart) in Kladblok een bijdrage over ‘walking and texting’ in Londen. Erg gevaarlijk naar het schijnt, want een op de tien lopende sms’ers botst wel eens ergens tegenaan. Een hot item natuurlijk want wie zijn neus schendt, ... Een telefoonmaatschappij gaat samen met een liefdadigheidsinstelling bescherming op lantarenpalen zetten. Om je dood te lachen als het niet zo treurig was. Normale mensen lopen wel eens tegen een lantarenpaal aan. Maar alleen dan wanneer ze een omkijken om de keerzijde van een aantrekkelijke man of vrouw te bewonderen. Dat is nu eens echt normaal menselijk gedrag. Met mazzel merkt de bewonderde medemens de niet meer zo heel erg verborgen adoratie op, en snelt troostend te hulp. Ik geef toe dat de kans op een gegrinnik vol leedvermaak groter is, maar hoop sterft het laatst. Als we nu allemaal gaan teksten en onze neuzen schenden, worden we er niet attractiever op. En van intermenselijke communicatie of adoratie is ook al geen sprake meer. Ook geen wonder dat er zo weinig kinderen worden geboren! Mobiele telefoons moeten maar worden afgeschaft.
Een pda’tje met mobiel internet om (stilstaand of -zittend) teletekst te lezen, volstaat volledig. Of er moet iemand opstaan en met een heads-up display komen. Een soort in de lucht geprojecteerd, holografisch beeldscherm met virtueel toetsenbordje. Dan hebben ook mensen met worstenvingers een kans. Citrofiele automobilisten hebben dat idee allang in een concrete droom omgezet die (helaas) de weinig romantische naam C6 draagt. Zo hoort het. En waarmee is de C6 ontwikkeld? Met Catia. En wat komt er in de volgende grote Catia-release: een heads-up display! Nu gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat we hier wel over twee verschillende dingen spreken. In de C6 is het een display op de voorruit, in Catia is het de nog nergens vertoonde nieuwe user interface die op 3D Live is gebaseerd. In het januarinummer van Machinebouw werd er al aandacht aan besteed. Het maakt het vinden (niet alleen zoeken, want daarvan word je op zich natuurlijk niet wijzer) van gegevens en het online communiceren erover veel intuïtiever. Deze user-interface wordt ook in alle applicaties voor het gegevensbeheer gebouwd. Met die veel eenvoudiger toegangswijze tot de bedrijfsinformatie, kan een enorme democratisering van engineering plaatsvinden. Zelfs bazen die zich om min of meer begrijpelijke redenen tot nu verre houden van het graven in systemen naar gegevens, krijgen tenminste de kans zichzelf te informeren. Het spaart de engineers niet alleen tijd, om alles bij elkaar te moeten zoeken voor besprekingen, maar het geeft de baas ook nog eens gelegenheid om tussendoor de ontwikkeling op eigen initiatief te bekijken. Voorwaar progressie. Een grote kans voor engineers om zichzelf beter op de kaart te zetten. Engineers op de barricaden. Weg met de boekhouders. Niet alles is verloren. Er is hoop!
Dat is natuurlijk allemaal wel leuk, maar wanneer komt zoiets voor de grote gemeenschap beschikbaar? Catia V6 komt ergens na de zomer. Helaas voor Dassault bereikt het met Catia in Nederland niet een echt grote gemeenschap. Maar er is hoop (alweer). Er is in de Dassault-stal ook nog zoiets als SolidWorks. Dat weten de dames en heren in Parijs meestal goed te verbergen, maar het is wel zo. Dus kunnen we iets dergelijks in SolidWorks verwachten? Laten we het hopen. Het maakt de wereld wel veel leuker. En misschien kunnen de stootkussens worden geïntegreerd bij het ontwerp van nieuwe, op actuele gevaren ingerichte lantarenpalen en verkeersborden.


Tuesday, 15 April 2008 09:11:25 (GMT Standard Time, UTC+00:00)      Comments [0]  

 Monday, 10 March 2008

InnovatieBertus Zuijdgeest



 

Soms zijn NOS Journaals bijzonder grappig. Het was natuurlijk een leuke woordspeling, over de droom van Martin Luther King met een duttende Clinton (de mannelijke variant) op de achtergrond. Maar nog veel leuker, want dichter bij huis was het toch serieus bedoelde item over innovatie begin februari. Harry (alias JP) was erbij, want het ging over innovatie, namelijk landwinning. Ik ben pardoes van de bank gerold. Ik weet het niet, maar Plasterk probeert het toch serieus, met zijn historische canon en het nieuwe museum in Arnhem. Maar een aantal mensen is even vergeten dat het wellicht helemaal niet zo innovatief is om land uit zee te winnen. Dat gebeurt tenslotte al een paar honderd jaar. Letterlijk voor de eigen huisdeur. Een prima exportproduct. Van Bangladesh en China tot New Orleans. Je vraagt je toch echt af wat sommige mensen in dit land bezielt. De professorale mevrouw die het met strak smoelwerk uitlegde, had het over energiewinning, ecologie en andere belangrijke dingen. Doe me een lol, de ideeën om met golfgeneratoren energie op te wekken zijn ouder dan dit blad. Of zou het een grap zijn? Het was tenslotte de maandag van carnaval? Maar toch nog lang geen 1 april.

We weten van gekkigheid niet meer wat we moeten doen. Maar het zou tenminste geen tulp worden, die voor de kust opgespoten wordt. Volgens voornoemde mevrouw zou de industrie het nu moeten oppakken en zij zou erbij staan kijken. Zou ‘de industrie’ dat nou echt gaan doen? ‘De industrie’ is gewoon volgens goed Hollandsch gebruik bezig met geld verdienen. Bijvoorbeeld in de Perzische golf voor de kust van Dubai. Waar ze wereldbollen en palmen opspuiten voor de rijken der aarde. Heb je het over innovatief, dan moet je die landen eens nader beschouwen. Zij zouden op hun olielauweren kunnen rusten. Maar toch zijn de meeste Arabische landen allang bezig met de post-olietijd. Terwijl onze grote roergangers net tot aan de volgende tankbeurt kunnen denken. En wat ze denken is niet innovatief. Wij doen liefst meer van hetzelfde. Nog meer haven, nog meer transport zonder meerwaarde door Nederland. Misschien rendeert de Betuwelijn dan eindelijk. Maar nee, die rijdt dan niet meer, omdat het koper is gejat.

De softwarewereld is een stukje creatiever. De gamingwereld is al druk bezig prijsmodellen in praktijk te brengen waar we allemaal aan moeten gaan wennen. Ook al zal dat zeer doen. De zogenaamde micro-buy. Software wordt niet meer aangeschaft, maar gratis ter beschikking gesteld, en extraatjes moet je dan betalen. Bijvoorbeeld een extra lang leven, nog meer spier- of sprongkracht. Of gewoon geblondeerde manen. Hiermee getooid gaat de held de terroristen bevechten. Uit koopgedrag blijkt dat de gratis software goed wordt afgenomen en dat de klanten daadwerkelijk geld uitgeven voor extra’s in het spel. Het onderzoek zal niet in Nederland zijn gedaan. Het leuke is, dat het geld niet aan functionele zaken wordt uitgegeven zoals extra wapens, vrachtwagens en andere zinvolle zaken voor de strijd. Nee, men is ijdel. Een nieuw kapsel, een fraaie broek, dat is waaraan de fervente speler zijn geld uitgeeft. En dat is allemaal niet weinig. Het gaat per transactie om kleine bedragen, maar het zijn veel transacties. In Duitsland zeggen ze dan: ‘Kleinvieh macht auch Mist.’ (Netjes uitgedrukt: kleinvee heeft ook ontlasting, en er is veel kleinvee.)

Gaan wij er wat van merken? Ik denk het wel. Een pay per use komt er echt wel aan. Softwaremakers zullen toenemend onderhoud verplicht gaan stellen. Ze zullen dat wat subtieler doen dan Microsoft een paar jaar terug probeerde. De percentages zullen steeds verder stijgen. Bij financiële software is dat al het geval. Daar betaalt de gebruiker elke drie tot vier jaar een compleet nieuwe licentie. Is dat erg? Nee, het zijn normale bedrijfskosten. Wat nu een aanschaf is die over drie tot vijf jaar wordt afgeschreven, wordt dan een jaarlijkse factuur. Het mogelijke en hopelijke voordeel is, dat bedrijven dan bijblijven met de software en niet stil blijven staan. Loont dat? Zit er nog ontwikkeling in CAD? Jazeker, onder meer uit diezelfde gamingindustrie. Terwijl iedereen in CAD-land nu enorm moeilijk zit te doen om z’n grote samenstellingen hanteerbaar te houden, zal gamingtechnologie het leven veel aangenamer maken en digitale prototypes werkelijkheid laten worden. Dan is het wel nodig dat het personeel ook innoveert. Dat betekent opleidingen. En dat stuit wel eens op bezwaren. Dan leef je wel in 2008 maar ben je niet meer bij de tijd. Net als onze richtinggevende polderaars.


Monday, 10 March 2008 11:33:24 (GMT Standard Time, UTC+00:00)      Comments [0]  

 Monday, 11 February 2008

PLMBertus Zuijdgeest



In deze uitgave is het overzicht van PDM/PLM-applicaties en -leveranciers weer opgenomen. Daarin valt mij op dat er in Nederland (en België) applicaties te koop zijn waarvan ik nog nooit had gehoord. Ik ben geen referentie, maar toch vast niet de enige die verrast is. Interessant dat zij in alle onbekendheid de weg naar het overzicht vinden. Waarmee ze dat doen is soms een verhaal, maar daarover later meer. In elk geval zijn deze bedrijven in staat de kans te grijpen om gratis publiciteit te krijgen. In de wetenschap dat de redactie zich het vuur uit de sloffen heeft gelopen dit overzicht op te stellen, kan het mij mateloos verbazen dat er bedrijven zijn die niet alert reageren en deze reclame voorbij laten gaan. Alleen hun concurrenten staan vermeld. Scheelt het klandizie? Je zult het nooit exact weten, maar waarom het risico lopen? Het is een optie die niets kost, alleen een beetje alertheid. Je mag toch hopen dat die tot de standaardbedrijfsuitrusting hoort, net als een EHBO-kist.

Iedere lijst, elk jaarboek wordt door een lezer meteen doorgebladerd op zijn eigen vermelding. Kom ik wel voor? Is mijn naam wel goed gespeld? Wat zeggen ze over mij? Wat nu als zo’n slaapmuts vaststelt niet in de lijst voor te komen? Boos bellen naar de redactie? Een verhaal ophangen in de trant van ‘hoe kun je ons vergeten, wij moeten toch op die lijst als marktleider’? Dat lijkt me echt overbodig. Een dergelijk verhaal zou op mij geen enkele indruk maken, of het nu een zelfverklaard marktleider betreft of niet. Vermeld zijn of niet, de wereld draait rustig door, de maan en zon komen elke dag weer met eigen regelmaat op. Niemand zal er wakker van liggen. Hooguit zullen alerte klanten bellen of je nog bestaat.

Uiteindelijk is het brenggeld, geen haalgeld. Je moet zelf wat doen. Dat is toch niet zo vreemd? Of toch. De vraag komt onwillekeurig op hoe men zijn centen verdient. Wachten tot de telefoon gaat? De tijd van melk en honing is al een poosje voorbij. En er breken opnieuw dorre tijden aan. De recente donkergrijze maandag op de beurs was niet goed voor het vertrouwen.

Een andere groep van de bedrijven is juist weer overenthousiast en kent vrijwel geen grenzen. Niet de PLM-software zelf, maar allerlei zelfgebouwde applicaties op het PLM-systeem of sets met standaardinstellingen worden gepresenteerd als PLM/PDM-systeem. Waar houdt het op? Worden binnenkort complete lijsten met modules opgevoerd? Flauwekul. Zakelijke terughoudendheid en vasthouden aan feiten is een deugd, zeker voor Nederlanders. Er is voor een potentiële klant niets zo frustrerend als vast te moeten stellen dat van die mooie overzichten helemaal niets blijkt te kloppen. Net als van aantallen personeelsleden overigens. Daar kom je ook mooie voorbeelden tegen. Het aantal werknemers van de leverancier van het product die als werkmaatschappij onder een holding hangt, is dan het totaal aantal medewerkers van de holding met alle werkmaatschappijen. Denkt men nu werkelijk dat zoiets niet opvalt?

En dan is er nog de groep bedrijven die er gewoon niets van begrijpt of heel andere ideeën heeft van PLM dan gemeengoed is. Producten gaan soms over viewers, soms over software voor administraties en productiebesturing. En soms moet je helemaal raden wat er wordt aangeboden. In een van de versies die ik voorafgaand aan publicatie heb gezien stond een productomschrijving die neerkomt op: u vraagt, wij draaien. Misschien haalt dit pseudoproduct de uiteindelijk gepubliceerde versie van de lijst niet, maar dat heeft het bedrijf dan toch echt aan zichzelf te danken. Wat bezielt die bedrijven? Als je naam maar genoemd wordt? Ik weet het niet, maar vind het wel raar. Natuurlijk is het vandaag de dag moeilijk om op te vallen tussen alle marketinggeweld van die paar grote aanbieders. Ik zie dat alleen maar erger worden. Een excuus om onzin te verkondigen is het niet. Toch zullen bedrijven uiteindelijk geen nadelige effecten van zo’n onzinvermelding merken. Ik loop ondertussen te lang mee en heb te veel gezien om nog te geloven dat het ‘kwaad’ zichzelf straft.


Monday, 11 February 2008 11:31:14 (GMT Standard Time, UTC+00:00)      Comments [0]  

 Monday, 07 January 2008

NieuwBertus Zuijdgeest



 

 

Voor het eerst in lange tijd wordt CAD-land weer eens opgeschrikt door een nieuwe speler. In deze uitgave van Machinebouw een introductie. Het bijzondere is dat het geen CAD-pakket mag heten, tenminste niet om ‘echte’ engineering mee te doen. Mogelijk dat de Klein Duimpje-houding opzettelijk is aangenomen om niet de furie van de concurrentie uit te lokken. De wegen van meneer Payne zijn met SpaceClaim even ondoorgrondelijk als onzeker wat het succes betreft. Nederlanders kunnen goed rekenen en zullen snel tot de conclusie komen dat enorme hoeveelheden pakketten verkocht moeten worden om iedereen uit de ruif te laten mee-eten. En dat zijn heel wat mensen. Niet alleen wil meneer Payne zijn (ongetwijfeld niet geringe) aandeel hebben, maar ook alle mensen die het echte werk doen. Daar zijn hele dure mensen bij die met Payne meelopen, en mensen die de software ontwikkelen, de verkoopkanalen ‘runnen’, de support leveren en de uiteindelijke verkoop moeten doen. Een flink aantal zal betrokken zijn voor eigen risico. Hopelijk kunnen die ook rekenen.

De verkoop is eigenlijk al niet mogelijk met een vertegenwoordiger. De marge zal nauwelijks de kosten dekken. Dus ‘remote’ verkoop? Ik weet niet of dat zo’n goed idee is. Zeker niet in Nederland. Internet heeft hier mogelijk voor privé-gebruikers een hoge status, maar bij de zakelijke status  heb ik mijn bedenkingen. Met de recente cijfers over privégebruik in de baas z’n tijd zal deze zeker niet toeschietelijker zijn geworden. Is telefonische verkoop een optie? Het lijkt me onwaarschijnlijk, gezien het toch tamelijk complexe onderwerp en het niet gemakkelijke verhaal. Het zal dus geen sinecure zijn om een adequaat kanaal op te bouwen dat het nodige vertrouwen uitstraalt om bedrijven te overtuigen een dergelijke applicatie aan te schaffen. Andere, meer gevestigde partijen hebben afgelopen jaren geprobeerd zo’n kanaal op te zetten of uit te breiden, maar zijn daar nauwelijks in geslaagd. De markt zit gewoon vast en het marketinggeweld van de concurrentie zal lastig te overtreffen zijn.

Hopelijk denkt nu niet iedereen dat ik tegen SpaceClaim ben. Het is een leuke nieuwe applicatie in het historievrije segment. Een beetje meer leven in de brouwerij is nooit slecht, dus succes gewenst. Natuurlijk is er bij elke nieuwe applicatie een ontwikkelachterstand. Dat kan niet onvermeld blijven. Bij een applicatie in het mid-range segment die als één van de laatste werd geïntroduceerd, gold hetzelfde. Alleen schijnt men mij dat nog steeds na te dragen. Kennelijk zijn er mensen die mijn stukjes (te) serieus nemen. Maar misschien zit er wel iets waars in. Tjonge. Veel moeite om de mij toegedichte mening te veranderen wordt overigens niet ondernomen.

Even iets anders oprakelen: een tijdje terug deed ik een fijn zakelijk voorstel. Snel zijn. Inmiddels is de Volkskrant in de afgelopen Kerst-komkommertijd uitgebreid ingegaan op de vervuiling van houtkachels en open haarden. Voor de industrie bestaan wel normen, voor consumenten niet. Snel aan de slag om die te maken. Een beetje draagvlak creëren is niet moeilijk omdat meestal commercieel geïnteresseerden wel willen meewerken in normcommissies. Dus dat moet wel voor elkaar komen. Diesels gaan aan het filter en nu kunnen alle Vinex’ers volgen. Die hoeven overigens niet meer te worden ontwikkeld. Excuses aan iedereen die ik op ontwikkelkosten heb gejaagd. Had je maar wat marktonderzoek moeten doen. In Duitsland (waar anders?) schijnen die filters al te bestaan. Een echte markt die zwaar gereguleerd is ten gunste van de ondernemers. Als consument is het bloeden. Als de verwarmingsinstallatie bepaalde rendementen niet meer haalt, ben je gedwongen de handel te vervangen. Die gedwongen winkelnering die leidt tot prijzen waar je als Nederlander strak van achterover slaat. Misschien een ideetje voor eigen beurs. Nederlanders staan toch al bekend als goedkoop volk. Een reputatie bestaat al op het punt van de huizenbouw. De Nederlandse kippenhokken met postzegeltuin zijn weliswaar niet in overeenstemming met de droom van een Duits eigen huis, maar de hoofdzaak is dat het goedkoop is.


Monday, 07 January 2008 11:28:28 (GMT Standard Time, UTC+00:00)      Comments [0]  

 Monday, 03 December 2007

Opposites attractBertus Zuijdgeest



 

Het leven is zwaar nietwaar? Heb je net iedereen in een moeizame strijd ervan overtuigd dat je niet met de massa meeloopt in de keuze van een 3D Cad-systeem, en meteen volgt verraad van het hoogste niveau. Nota bene door de uitverkoren partij! Hoe zit dat?

Dank zij de ‘minimal effort, maximal result’-marketingwerkwijze van het bedrijf weet iedereen dat CoCreate één van de grote voorvechters is van historievrij modelleren. Voor de goede orde: er is een tweede voorvechter: ISD Software met hun pakket HiCAD. ‘Grote voorvechter’ is overigens een relatief begrip. Beide ondernemingen zijn in vergelijking met de concurrenten bescheiden van omvang. Small is beautiful.

Maar niet beautiful genoeg, vond de eigenaar van CoCreate. De investeringsmaatschappij HBK gaf vorig jaar opdracht tot groei. CoCreate alleen was te klein om de gewenste groei te bereiken. De pot met geld was er. Alleen de overnamekandidaten niet. De ene na de andere deal mislukte. Er is maar weinig van bekend, maar er waren kennelijk andere partijen met diepere zakken. De baas van CoCreate, Bill Gascoigne, is een oude rot in het vak. Hij loopt al jaren mee. Voor CoCreate was hij hoge pief bij SDRC, de maker van Metaphase en I-deas, die in 2000 of daaromtrent door EDS/UGS, nu Siemens, werd opgekocht.

Gascoigne is Engelsman. Daar kan hij weinig aan doen, maar het is voor de buitenwereld, die lang niet altijd perfect Engels spreekt, wel lastig. Met HBK’s opdracht in gedachten en een interview met Gascoigne eerder dit jaar waarin overnames voor CoCreate werden aangekondigd, denk je als normaal mens alleen hier aan, als het gaat over het doen van ‘offers’ (de Engelse term, niet de Nederlandse; hoewel?). Op de Europese conferentie op 9 oktober formuleerde hij nog dat CoCreate de afgelopen maanden vier partijen had benaderd met ‘offers’. Alle vier de acties liepen op niets uit. Eén kwam terug. Op z’n Engels klonk dat (tamelijk ad verbatim): “We made offers to four parties. None of the deals materialized. Recently one of them came back. We expect to make announcements in the near future.” Naïef als ik ben, dacht ik dat vier biedingen waren mislukt, maar dat er toch kansen waren een eerder afgeschreven kandidaat alsnog over te nemen. We weten nu hoe mooi en tegelijk verwarrend taal kan zijn. Het maken van het ‘offer’ moet geklonken hebben als: ik wil graag met pensioen, koop ons alsjeblieft!

Als klant sta je raar te kijken. In 1988 (20 jaar terug inmiddels) schudde Parametric Technology Corporation de markt op, met het compleet nieuwe parametrische pakket Pro/Engineer. PTC is dus eigenlijk de nestor van historiegebaseerde pakketten. Een ware revolutie, waar we knap van onder de indruk waren. We leefden toen nog met Booleaanse operaties, het optellen en aftrekken van blokjes, kegeltjes en torussen. Het was de tijd dat je een leverancier nog zenuwachtig kon maken met de doorsnijding van een primitieve vorm met een vrije vorm, die door b-splines werd opgespannen. Gebruikers wisten toen nog wat controlpunten en knopen waren.

Hoe indrukwekkend Pro/Engineer ook was, lang duurde de euforie niet. Begin jaren negentig kwam de reactie. SDRC creëerde met een nieuwe I-deas-release de nieuwe revolutie in historiegebaseerd ontwerpen, door niet meer alles parametrisch vast te leggen maar met ‘constraints’ te werken. CoCreate (toen nog HP) werd de nestor van het historievrije modelleren door in 1993 met SolidDesigner uit te komen. Het pakket dat nu bekendstaat als OneSpace Designer, is met de dynamic modeling-techniek (‘change anytime, anywhere’) de volledige tegenhanger van historiegebaseerd ontwerpen. En nu, anno 2007, aan de vooravond van 20 jaar PTC in Nederland en 15 jaar dynamic modeling, is het allemaal over. Treurig is het, dat de exponenten van de twee modelleerfilosofieën samengaan. Waar het heengaat? Wie zal het zeggen. Voorlopig wil PTC de CoCreate-portfolio voortzetten en in hun eigen product development-concept integreren. Hoe lang dat duurt? Geen idee. Iedereen moet het zijne maar denken van overnames die PTC in het verleden deed (bijvoorbeeld Computervision). Maar, zoals altijd, hep elk nadeel z’n foordeel: ook nu heb ik weer gelijk. Eerder schreef ik al eens dat iedereen dynamisch gaat modelleren, gezien de ontwikkelingen bij NX en SolidWorks. PTC bewijst mijn gelijk. Kijk, daar houd ik van.


Monday, 03 December 2007 11:27:06 (GMT Standard Time, UTC+00:00)      Comments [1]  

 Friday, 02 November 2007

Fijn zakelijk voorstelBertus Zuijdgeest



Had ik in het verleden al niet eens geschreven over fijn stof? Dat het zo belastend was en zo? Heel naar allemaal en Nederland is massaal aan het roetfilter op autootjes. Niet verplicht, o nee, dat mag niet van Europa want stel je voor dat we echt iets aan de narigheid doen die we met z’n allen produceren. Germaanse lobby heet dat. Dat ging zelfs zo ver dat in Duitsland die mensen die al een roetfilter standaard hadden van voor 2006 (dus Franse auto’s) hemel en aarde moesten bewegen om onder de strafbelasting uit te komen. Ambtenarij zonder weerga. Om het verbruik aan fossiele brandstoffen te verminderen en CO2-neutraal te kunnen leven, worden hout en andere organische stoffen toenemend gebruikt voor verwarmingsdoeleinden. Vuurhaarden zijn populair en de Zweedse houtkachels met spekstenen vind je overal. Ook worden haarden voorzien van installaties om water te verwarmen en zo warmte op te slaan voor later gebruik. Allemaal erg belangrijk en zo. Jammer alleen dat het opgeslagen water alweer koud is als je het de volgende ochtend nodig hebt. Je moet dus al de hele dag hout stoken om er continu van te genieten, maar dan heb je het toch al warm van de haard zelf. En van het hout hakken. En van het slepen. En van de houtprijs. Nee, economisch is echt anders. Bovendien koelt de rook zo sterk af dat die halverwege de schoorsteen stilvalt en de trek weg is. Je krijgt accuut een longaandoening van de rook in de kamer. Het mag allemaal wel CO2-neutraal (met tijdvertraging) zijn, maar schoon is echt anders. En dat is nu officieel. Onderzoeken hebben nu zwart (geen grapje) op wit aangetoond dat houtverbranding ontstellend veel fijn stof veroorzaakt. Hoe CO2neutraal het ook is. En dan moet je nog hopen dat mensen alleen hout verbranden. De vette zwarte walm die soms uit schoorstenen komt, doet je soms vermoeden dat de bewijsstukken van een halsmisdrijf worden weggewerkt. Dus alle mensen die voor veel geld een mooie,met subsidies gestimuleerde houtpellet verwarming hadden gekocht, kunnen binnenkort bijzondere accijnzen op diezelfde pellets verwachten vanwege de fijn stofbelasting. Niets zo fijn als een betrouwbare overheid. Regeren was vroeger vooruit zien, maar wel graag met het boeren verstand ingeschakeld. Dat is allemaal voorbij.
Maar nu over dat voorstel. Alles wordt kleiner en meer high-tech. Dus zijn er ook mogelijkheden om fijn stof uit de rook van een houthaard te halen. Tenslotte doen ze dat ook bij energiecentrales. Alleen op wat grotere schaal. Dus haal er zo’n miniatuurslag overheen en binnenlopen maar. Er wel even voor zorgen dat de trek niet verdwijnt. Een klein ventilatortje doet wonderen. Niet te sterk anders verdampt het hout voordat het op het rooster is gelegd. Dat wordt een beetje duur en zitten we (te) snel zonder bossen, en dat is niet zo fijn. Dan blijft nog de vraag wat te doen met het roet dat werd afgevangen. Een extra ton op het balkon! Natuurlijk. Die kan dan naast de ton voor het blik, de melkpakken, de plastic folies en wat er nog meer is. Allemaal CO2-opslag in vaste vorm die tot voor kort gewoon werd verbrand. En ik dacht dat Nederland zo innovatief was dat een scheidingsinstallatie bij de vuilverwerker het plastic er uitviste. Hup met die CO2, in de lucht ermee. Nog praktischer is het roet te gebruiken voor de aanleg van wegen. Daarvan zijn er in Nederland te weinig, dus er is meer roet nodig. Autobanden zijn waarschijnlijk ook een zinvolle toepassing. Nog meer vervuilingneutrale oplossingen. Het hout wordt met de auto gehaald die roet afvangt (kan ook worden hergebruikt) en rijdt op banden op de weg waar al het geproduceerde roet in is verwerkt. Een alternatieve en goedkope CO2-opslag. Allemaal argumenten voor een subsidieaanvraag bij SenterNovem. Want hiervoor is vast wel een fijn potje geld beschikbaar. Kortom, een fijn voorstel, veel succes en laat maar horen wanneer het klaar is. We komen graag kijken.


Friday, 02 November 2007 15:52:27 (GMT Standard Time, UTC+00:00)      Comments [1]  

 Friday, 05 October 2007

Drie procentBertus Zuijdgeest



In de septemberuitgave van een computertijdschrift stond een grafiekje met de verdeling van pc-besturingssystemen in Nederland. Ons landje is gek op XP. Bijna 89 procent van de computers is ermee uitgerust. Een goede drie procent is Vista-gebruiker (waaronder schrijver dezes). Een fractie meer gebruikt nog Windows 2000. Minimale procenten vallen toe aan oudere Windows-versies, Mac en Linux (samen ruim 4 procent). De eerlijkheid gebiedt te vermelden dat schrijver dezes ook nog een XP- en Win2000-pc op min of meer zinvolle wijze inzet. Hedging. Is modern.
Vista is nu ruim een halfjaar op de min of meer verzadigde pc-markt. De verkoop van pc’s heeft een normale vervangingscyclus bereikt en er zijn nauwelijks nog inhaalverschijnselen. Dat betekent dat het nog wel even zal duren voordat XP verdrongen is. Wellicht is dat de reden waarom zoveel softwareleveranciers zo traag zijn met Vista-versies. De grote hebben intussen allemaal wel een patch of een echte Vista-versie, maar veel kleinere leveranciers nog niet. Terwijl het allemaal zo sexy is. Die leuke in perspectief rollende vensters die Alt-Tab vervangen, de doorzichtige vensterranden, de previewtjes met de echte inhoud in plaats van een symbolische suggestie. Het is allemaal erg gezellig.
Of je er wat mee opschiet? Tja, dan moet je toch wat meer doen. Feit is wel dat er best een stevige computer nodig is om alles flitsend te laten werken. Een computerkoper betaalt nu nominaal een stuk minder voor relatief dezelfde computer dan 15 jaar terug. Vooruitgang. Alleen wel met het pistool op de borst. Want omdat mijn computervervanging gedwongen was (in het harnas overlijden van mijn vorige computertje) zat ik ook meteen aan Vista vast. Op stel en sprong moest er iets anders komen, en dan hang je. Recente software werkt veelal niet onder Vista. Een heel ander veiligheidsmodel. Alleen heel erg oude software, uit de pre-XP-oertijd toen veiligheidsmodellen schijnbaar nog niet bestonden en internet nog onschuldig was, doet het vrij probleemloos. Alles wat door andere bedrijven dan Microsoft op XP was getuned, werkte niet meer. Installeren was zinloos. Dit werd meteen afgebroken.
De vaststelling is tweeledig. Ten eerste heeft Microsoft een truc uitgehaald om meer mensen in het eigen kamp te krijgen die niet verder konden met de XP-versie van de aanwezige software. Wanneer daarvan nog geen Vista-versie bestaat, ben je min of meer gedwongen over te gaan op de vergelijkbare software van Microsoft, want die is er natuurlijk wel in Vista-vorm. Tenzij een vakantie van meerdere maanden hoe dan ook al gepland stond. En: ‘make no mistake’; Microsoft heeft tegenwoordig software voor bijna alles. Alleen is de CAD/CAM-wereld kennelijk nog te onbeduidend voor ze.
De tweede vaststelling is dat veel andere softwaremakers hebben lopen of liggen slapen. Als excuus wordt aangevoerd dat specificaties laat bekend waren en ook nog wijzigden. Het zal allemaal wel, maar blij werd ik er niet van. Inmiddels is nog steeds niet alles op het oude niveau. Maar mooi is het wel. En snel. Dus eigenlijk ben ik bijzonder tevreden. Ik hoor ook nog wel eens andere geluiden. Mensen die helemaal niets van Vista willen weten. Moeilijk, installeert niet correct, geen drivers en zo voort. Lariekoek. Alle narigheid die ik hier gebruik, en daar zijn een paar oude schatjes bij, werkt zonder probleem. Netwerkprinter? Quaere et invenies. Zoekt en gij zult vinden. In no time rolden de eerste bomen eruit.
Leuk is dat tijdens de demo’s van de nieuwe geïntroduceerde SolidWorks 2008 de user interface als nieuw werd gepresenteerd. Onzin. Ze hebben gewoon Vista gekopieerd. Inclusief menulint, transparant oplichtende contextmenu’s, isometrisch voorbij schuivende previews en weet ik wat meer. Prachtig. Getoond werd het op XP. Het is echter ook onder Vista beschikbaar. Levering wordt eind oktober verwacht. Dus iedereen die al Vista draait, kan nog even op vakantie. Opvallend verder nog: allerlei hulpmiddelen waarmee om de historie heen gewerkt kan worden. Het is een nieuwe trend. Anderen zullen volgen. Gaat iedereen toch dynamisch modelleren?

 


Friday, 05 October 2007 14:54:33 (GMT Standard Time, UTC+00:00)      Comments [0]  

 Friday, 07 September 2007

ZinBertus Zuijdgeest



Altijd leuk om je zin te krijgen. Meneer Plasterk leest ook Machinebouw. Ik voel me bijzonder vereerd dat hij helemaal naar achteren heeft doorgebladerd en mijn pennevrucht heeft gelezen. Althans, dat zou je vermoeden: de boekdrukkunst moet wijken voor Huygens in het Canon der Nederlandsche Geschiedenis. Nu is boekdrukkunst niet onbelangrijk, getuige ook het drukwerkje dat nu voor u ligt. Ik weet dus niet of ik deze afvaller zou hebben gekozen. Het zou mij een stukje omzet en onsterfelijkheid schelen. Dat laatste boeit niet echt, maar het eerste is toch altijd leuk meegenomen. Maar goed, het is Coster geworden die moet sneuvelen. Op zich voldoende lof voor de Haarlemmer Laurens Janszoon Coster die in Nederland veel heeft gedaan het geschreven woord te democratiseren. Overigens is het helemaal niet zeker of Coster wel heeft bestaan. Hij wordt een keer vermeld in een Keulse kroniek en de rest is overlevering.
Eerlijk is eerlijk, de werkelijke uitvinder was toch echt de Duitser Johannes Gutenberg, hoewel Duitsland toen uiteraard nog niet bestond. Echte naam: Johannes Gensfleisch zur Laden zum Gutenberg. We houden het maar even op Gutenberg. En eigenlijk is ook dat niet helemaal waar, want het drukken was al veel langer bekend in het verre oosten, namelijk in China. Toen bestond de omgekeerde wereld. Europa kopieerde (excuseer het flauwe woordgrapje) technieken uit China. Denk ook aan het buskruit, dat ons geen windeieren heeft gelegd. Zij vonden het uit en de westerlingen hebben het tot een economisch succes gemaakt. Kom daar vandaag eens om.
De beslissende uitvinding van Gutenberg was de overstap van blokdruk naar letterdruk. Blokdruk was mogelijk door een hele pagina te snijden uit een blok hout en die te gebruiken voor het drukken. Erg flexibel was het niet. Bovendien was het erg kostbaar. Gutenberg bedacht dat het handiger was de woorden en regels uit losse letters samen te stellen. Een techniek die tot in de jaren zeventig van het vorige millennium nog werd gebruikt. Een uitvinding die indruk heeft gemaakt, en nog steeds maakt als je de imposante Gutenberg-bijbel onder ogen krijgt. Een prachtig stukje configure to order. Het grootste deel kon worden samengesteld uit de in serie geproduceerde letters. Omdat de gedrukte bijbel er net zo moest uitzien als een handgeschreven uitvoering, werden de fraai uit te voeren letters klantspecifiek (met de hand) gemaakt. Door eerst te investeren in apparatuur en standaardisatie, kon de productie veel sneller en goedkoper plaatsvinden.
Het is net als bij de engineeringwerkzaamheden van tegenwoordig. Wil je rendement, snelheid en constante hoge kwaliteit bereiken, dan moet je niet denken dat input en output lineair verlopen. Er zijn voorinvesteringen nodig. Standaardisatie, werkwijzen, customizations, programmaatjes die output automatisch genereren en zo voort. Het is net als bij een opwindautootje. Je moet als baas zoveel verstand van de materie meebrengen, dat je kunt inschatten of de inspanning die wordt geleverd door het veertje op te winden inderdaad leidt tot het wegspurten van de auto, zodat die binnen de tijd over de streep komt. Ook al neemt dat opwinden tachtig procent van de tijd. Het alternatief is dat de mensen op de knieën over de vloer het autootje broem broem naar de finish rijden. Ook leuk, en heeft het voordeel dat de baas kan zien dat er voortgang is. Het is inzichtelijker dan het opdraaien van het veertje. Maar waar hebben we die moderne technieken voor, als we er geen gebruik van maken?
En dan komt de aap uit de mouw. We willen het niet, we snappen het niet of we willen het niet snappen. Laatst heb ik wat mensen gesproken over het in 3D routen van elektrische bekabeling. Er bestaat geen interesse voor. De argumenten om er niet aan te beginnen worden er van alle kanten bijgesleept. Die argumenten kunnen niet zonder meer van tafel worden geveegd. Maar het is mij allemaal te gemakkelijk, vrijwel niemand die wat positiefs had in te brengen. Eerlijk is eerlijk, ik heb gemakkelijk praten, ik zit niet elke dag in de productiviteitsstress.
Die wat bangige houding is ook in Europa’s hoogste bestuurskringen aangekomen. Men overweegt het gouden overheidsaandeel weer in te voeren om het belangrijke nationale bedrijfsleven (ahum) te beschermen tegen ongewenste overnames. Lees: de Chinezen komen. We krijgen een koekje van eigen deeg en nu vinden we dat opeens niet leuk meer. Flauw hoor, ik denk dat ik maar eens op vakantie ga. Heb ik echt zin in. Geen zorgen, ik ben allang weer terug als dit gedrukt is.


Friday, 07 September 2007 14:55:58 (GMT Standard Time, UTC+00:00)      Comments [0]  

 Wednesday, 13 June 2007

Blaffen maar niet bijtenBertus Zuijdgeest



Er bestaan veel waakhonden. Niet alleen worden hier knuffels mee bedoeld van particuliere beveiligings- en bewakingsdiensten, de politie, de autosloperij en zo voorts, maar ook waakhonden die ervoor moeten zorgen dat de markt op fatsoenlijke wijze werkt. De hoofdwaakhond is de NMa, er is er nog één voor de financiële markt, voor de energiemarkt en weet ik waarvoor allemaal nog meer. En binnenkort is er ook een PLM-waakhond. Tenminste, als het zo doorgaat met overnames. Het PLM-landschap ziet er steeds interessanter uit. Aan de technische kant zijn er twee hele grote spelers: Dassault Systèmes en Siemens UGS PLM Software (excuses voor de naam, waarschijnlijk een grondige Germaan aan het werk). Aan de financiële en logistieke kant bestond er al een grote PLM-aanbieder: SAP. Inderdaad, bestond. Oracle heeft toegeslagen en Agile overgenomen. Agile is in Nederland eigenlijk alleen bekend van de Eigner-software die het bedrijf een paar jaar terug kocht. Voor de dinosauriërs: Cadim.
Oracle kocht Agile voor bijna 500 miljoen dollar, in echt geld zal het zo rond de 400 miljoen zijn. In de overnameretoriek wordt Agile door Oracle gepresenteerd als product lifecycle management leader. Nu weet ik niet precies wat of waar ze lopen te leaden, maar in Europa doen ze dat in elk geval niet. Verder vermeldt de retoriek dat Agile Oracle in staat stelt Best-in-Class (let op de hoofdletters, anders is het niet belangrijk genoeg) integrated enterprise-PLM te leveren. Die ‘class’ is niet zo wezenloos groot, dus in alle redelijk is dat ‘best’ aardig af te schatten en die eer komt Agile in Europa waarschijnlijk niet toe, of het is een goed bewaard geheim gebleven. Anders zou het wel een echte leader zijn geweest.
Met het verschijnen van Oracle op de markt wordt er een slag der giganten uitgevochten. Oracle plaatst zich bij wijze van spreke weer op ooghoogte met SAP. Siebel en Peoplesoft hadden ze tenslotte ook al opgeslokt. Dat van Siebel vindt Ome Bill overigens ook niet erg leuk. Naar verluidt, stapt Microsoft van Siebel af en gaat het over op het eigen Dynamics voor CRM-toepassingen. Dat brengt een ander interessant punt onder de aandacht. Als Oracle, SAP en Siemens in PLM zijn geïnteresseerd, dan rijst de vraag vanzelf: wanneer verschijnt Microsoft op deze markt. SAP en Siemens zijn overigens twee handen op één (Duitse) buik. Plaats genoeg. Dat maakt ze alleen maar machtiger en stelt ze in staat ‘verdeel en heers’ te spelen. Voor Microsoft is er nog voldoende te halen. Denk aan PTC, CoCreate, Autodesk. Als het gaat om een PLM-visie, zou PTC best een aardige start zijn, die overigens nog wel wat andere aankopen nodig maakt. CoCreate zou een leuke zijn, omdat het de Microsoft-technologie volledig volgt en zich als een element in het grote schema van Bill beschouwt. Omdat er aanbieders zijn die zich in Bills schema voegen, hoeft de winkelwagen niet meteen gevuld te worden om interessante interactie tussen systemen te krijgen.
Hoe je het ook wendt of keert, de machtsblokken nemen toe. De werkwijze van een machtspartij wisselt echter wel eens. Soms wordt de verkoop gestuurd: wie mag waarheen. Dit om kannibalisme te voorkomen, in een specifieke situatie volgt er dan een aanbieding. Soms door kannibalisme juist te stimuleren, zoals bij wasmiddelen. Van de acht merken zijn er drie van Unilever, twee van Proctor en Gamble, twee onafhankelijken en het huismerk dat dan waarschijnlijk weer van Proctor komt. In die wereld loont kannibalisme. Naar het zich laat aanzien loont dit ook in de PLM-wereld, maar niet zo sterk. Een dergelijke marktinvloed van een kleine groep hele grote en een paar kleine nichespelers heeft in verschillende sectoren al tot de instelling van een waakhond geleid. De software-industrie gedraagt zich hier weer anders in. Men vraagt braaf en krijgt vervolgens keurig toestemming van de algemene kartelautoriteiten voor de overnames. Dus Oracle zal de overname van Agile midden juli netjes formeel kunnen afronden. Maar verder gaat het niet. En misschien wordt het wel tijd. Waar de nadruk in het komende decennium minder op verkopen van licenties zal liggen, maar meer op services en (verplichte) onderhouds- en servicecontracten, zal iedereen zich afvragen waarom de percentages van die contracten allemaal hetzelfde zijn. Het klinkt naar afspraken. Waarom 18 procent per jaar? Waarom geen 24, of 12 procent? Het lijkt allemaal arbitrair en daarom afgesproken. Waf, waf, waar blijft de PLM-hond? Maar dan graag wel één met scherpe tandjes.


Wednesday, 13 June 2007 08:00:57 (GMT Standard Time, UTC+00:00)      Comments [0]  

| BPM | DB/M | Infosecurity.nl | IT Service | Java | LAN Magazine | Machinebouw |
| Optimize | Process Control | Software Release | Storage | Telecommagazine |